28 November 2023 | Leestijd: 6 min
Voor subsidieprojecten is het van belang om de grootte van de onderneming correct in te schalen. Voor de meeste subsidiekanalen is de Europese kmo-definitie van toepassing om de omvang van de onderneming te bepalen. Doorgaans worden hiervoor de gegevens van het laatst afgesloten boekjaar gebruikt op het ogenblik van indiening van een subsidie aanvraag.
Dit is belangrijk om te weten of je al dan niet kan indienen bij bepaalde subsidie-oproepen, maar vooral ook voor het vastleggen van het steunpercentage. Samengevat verschillen subsidiekansen én het bedrag ervan naargelang de grootte van de onderneming.
Om de grootte van de onderneming te bepalen wordt rekening gehouden met drie factoren:
In onderstaande tabel vind je de drempels om de grootte van de onderneming te bepalen:
| CATEGORIE | VTE | OMZET (EUR) | of | BALANSTOTAAL (EUR) |
|---|---|---|---|---|
| Micro-onderneming | < 10 | ≤ 2 miljoen | of | ≤ 2 milljoen |
| Kleine onderneming | < 50 | ≤ 10 miljoen | of | ≤ 10 miljoen |
| Middelgrote onderneming | < 250 | ≤ 50 miljoen | of | ≤ 43 miljoen |
| Grote onderneming | ≥ 250 | > 50 miljoen EUR | of | > 43 milljoen |
De onderneming mag zelf bepalen welke drempel in aanmerking wordt genomen (omzet of balanstotaal).
Om van de ene categorie naar een andere over te gaan, dient één van de drempels overschreden te zijn gedurende twee opeenvolgende boekjaren volgens de Europese kmo-definitie. Zolang je aldus onder de 250 VTE blijft én onder de 50 miljoen euro omzet of 43 miljoen euro balanstotaal is de onderneming nog een kmo. Maar opgelet, vaak vergeten ondernemers de verbondenheid met andere ondernemingen in kaart te brengen. Dit kan een grote impact hebben op de groottebepaling van de onderneming.
Indien de onderneming, gedeeltelijk (25% of meer) tot een groep behoort, moet daar rekening mee gehouden worden om de reële grootte van de onderneming te bepalen. Hetzelfde gaat op als jouw onderneming aandelen van een ander bedrijf in handen heeft of stemrecht in andere bedrijven heeft.
Er bestaan drie types van ondernemingen:
De onderneming is zelfstandig als:
Bij dit soort relatie gaan ondernemingen een significant financieel partnerschap aan met andere ondernemingen, zonder dat een ervan effectief directe of indirecte zeggenschap heeft over de andere. Partnerondernemingen zijn niet zelfstandig en ook niet met elkaar verbonden.
De onderneming wordt gecatalogeerd als een partneronderneming wanneer:
Bij dit soort relatie vormen ondernemingen een groep, omdat een onderneming directe of indirecte zeggenschap heeft over een meerderheid van de stemrechten van een andere of omdat zij een overheersende invloed kan uitoefenen op een andere onderneming. Dit type komt dus minder vaak voor dan de vorige twee types.
Twee of meer ondernemingen zijn verbonden als zij een van de volgende relaties hebben:
Een typisch voorbeeld van een verbonden onderneming is de volle dochteronderneming.
Daarnaast is het ook nog belangrijk om verwantschap tussen aandeelhouders/bestuurders te kennen.
Afhankelijk van het percentage verbondenheid dienen de medewerkers en de omzet of balanstotaal van de verbonden ondernemingen in kaart gebracht te worden voor de groottebepaling volgens de kmo-definitie van Europa. Als er een deelnemingsrelatie bestaat met (een) andere onderneming(en) van 25% of meer van het kapitaal of van de stemrechten, dan is jouw onderneming niet meer als een ‘zelfstandig’ bedrijf te beschouwen. De cijfers van die partnerondernemingen moeten dan pro rata (voor participaties tussen 25 en 50%), of volledig (voor participaties vanaf 50%), worden meegeteld bij het aftoetsen van bovenvermelde criteria.
Als een onderneming zich aanmeldt bij de kmo-portefeuille, wordt op basis van die criteria een grootte van de onderneming voorgesteld. De kmo-portefeuille haalt die gegevens zelf waarbij de ondernemingsgrootte wordt vastgeklikt bij de eerste succesvolle steunaanvraag in een kalenderjaar en geldt voor de rest van dat kalenderjaar.
De kmo-portefeuille bekijkt alleen de gegevens die gekoppeld zijn aan het ondernemingsnummer van de steunvragende onderneming. Als die onderneming tot een groep van ondernemingen behoort, moeten ook de criteria van de overige ondernemingen (deelnemende en/of participerende ondernemingen) meegeteld worden volgens de Europese kmo-definitie. Hiervoor ben je zelf als onderneming voor verantwoordelijk.
Uiteraard begeleidt Konnekto bij het uitvoeren van deze oefening om de grootte van de onderneming vast te leggen. Dit is immers de eerste voorwaarde om de ontvankelijkheid na te gaan voor het indienen van subsidieprojecten. Tevens is het belangrijk deze kmo-definitie te kennen wanneer bepaalde om keuzes te maken niet meer zelfstandig te opereren als onderneming (denk bijvoorbeeld aan de participatie van 50% door een grote onderneming).
Konnekto is jouw co-piloot, we inspireren en maken samen met jou resultaatsgerichte en realistische subsidieplannen voor de toekomst.
Contacteer ons